Zondag 22 september 2024
Van Twentynine Palms, CA naar Death Valley Nationale Park, CA
Overnachting: The Ranch at Death Valley
Koffers weer in de auto en we gaan weer op pad naar ons volgende hotel. Nog even tanken en dan verlaten we 29 Palms. Het is een beetje een vreemd stadje. Niet gezellig of zo. Maar het ligt ideaal voor Joshua Tree natuurlijk. Hoewel kamperen in het park echt nog een betere optie is weten we uit eigen ervaring.
Vandaag veel kilometers te rijden. Ongeveer 400. De langste rijdag van de vakantie. Maar tussen hier en Death Valley is nu eenmaal niet zo veel. Nu vindt Jos rijden hier helemaal niet vervelend, dus dat is fijn.
Eerst rijden we dwars door Bristol Lake zonder natte voeten te krijgen. De weg gaat gewoon door het droge meer. Het grote meer stroomt niet uit in een zee maar verdampt, waardoor het dus droog ligt.
Daarna, ja daar is ie weer, Route 66! We komen de 66 nog een laatste keer tegen en wel hier in Amboy. Hier is Roy’s Motel and Café. Nou, dat was er, het staat al heel lang leeg. Maar het reclame bord is een hele bekende langs de Route 66. De motel kamers staan er nog, maar zijn leeg en verlaten. Bij het benzinestation kun je nog aan 1 pomp tanken, wel voor $ 6,99 per gallon (1 gallon is 3,8 liter). Dat is hier erg duur, gemiddeld betalen we $ 3,50 per gallon
Het winkeltje bij het benzinestation is nog wel open, daar we nemen nog even een kijkje. Nadat buiten de nodige foto’s zijn gemaakt gaan we weer verder. We rijden via het Mojave National Preserve, door de woestijn dus. Hier hebben we eerder gereden en toen zijn we gestopt bij het Kelso Depot. Dat doen we nu weer, alleen is het nu gesloten. Nu is het depot niet zo spannend, maar toen hebben we er geluncht buiten op de picknick tafels. Die tafel staan er nog wel, maar er is niets te koop. Dus we gaan weer verder.
Er is een weg afgesloten, waardoor we een stuk de interstate 40 moeten nemen. Normaal proberen zoveel mogelijk de interstate te vermijden. Maar soms moet je wel. En dan nemen we eigenlijk een afslag te vroeg. Maar de weg ziet er prima uit en volgens de kaart komen zo ook waar we zijn moeten. Het eerste kwartier is de weg een prima geasfalteerde weg, zeg maar een N-weg. Dan wordt het gravel, ook niet erg. Maar de weg wordt steeds slechter en duurt heel lang, komt geen einde aan. Maar op een gegeven moment komen we weer in de bewoonde wereld, bij het gehucht Tecopa.
Nog een paar mijl over een normale weg en we zijn in Shoshone. Ook een gehucht, maar wel met een tankstation. Waar je natuurlijk ook de hoofdprijs betaalt zo vlak voor Death Valley. $ 5,81 per gallon. Beter duur dan niet te koop, zeggen wij dan.
Daarna rijden we al snel Death Valley binnen. Om 15:00 uur rijden we het park in. We nemen de Badwater Road, zodat we gelijk het laagste punt van de USA meenemen vandaag. Blijft bijzonder. Inmiddels is de temperatuur aardig opgelopen, het is 104 graden Fahrenheit. Staat gelijk aan 40 graden Celsius.
Het is echt bloedje heet als we op het zoutmeer lopen. Jos vindt het wel een aangenaam temperatuurtje. Die is niet goed hoor. Er zijn mensen die lopen echt heel ver de zoutvlakte op, nou dat gaan wij niet doen. Klein stukje en dan is het mooi geweest. We gaan naar het hotel. We checken in bij The Ranch at Death Valley. Zitten nog even lekker buiten op ons terrasje in de schommelstoelen voordat we gaan eten. Dat doen we bij de Saloon.
Na het eten nog even naar binnen bij de General Store, altijd leuk. Terug bij de kamer genieten we van de sterrenhemel. Echt niet normaal mooi hier al die sterren. Dat was ik een beetje vergeten, maar is gewoon adembenemend. Tot morgen!





























